Resultaten van het project

Open

De resultaten van de enquête werden in detail statistisch geanalyseerd om:

  • De toestand van de lokalen en het gebruikersgedrag te evalueren, en passende antwoorden te geven naar uit te voeren acties (bewustmaking, het uitwerken van een beleid enz.);
  • De bruikbaarheid van de vragenlijst te evalueren en er de nodige verbeteringen te maken voor gebruik binnen andere opvangvoorzieningen of in andere binnenmilieus (na de nodige aanpassingen voor de specifieke kenmerken van die omgevingen);
  • Aanbevelingen te verstrekken aan de deelnemende crèches.

 

Van de 676 kinderopvangvoorzieningen, verspreid over het hele Belgische grondgebied, die de zelfevaluatievragenlijst ontvingen, hebben er 494 de enquête ingevuld (deelnamepercentage van 73,2%) en 433 ervan werden geselecteerd voor de statistische analyse (64,1%) om een homogene steekproef te behouden. De Nederlandstalige kinderopvangvoorzieningen die werden afgewezen, waren niet geschikt voor de analyse doordat hun omgeving niet helemaal overeenkwam met het kader van de studie. Het ging bijvoorbeeld om huizen van particulieren (bij een dienst aangesloten onthaalmoeders).

 

Ongeveer 66% van de formulieren werd ingevuld door de directie. De meeste kinderopvangvoorzieningen zijn ingericht in gebouwen die oorspronkelijk niet ontworpen werden voor dit gebruik (61 %). Dit verklaart het feit dat bijna 50 % van de deelnemers verklaart dat ze in de loop van de tijd grote renovaties en inrichtingswerkzaamheden hebben gedaan, vaak in de kamers waar de kinderen toegang toe hebben. Ongeveer 22% van de kinderopvangvoorzieningen vermeldt dat andere activiteiten zich in hetzelfde gebouw bevinden: garages, opslagplaatsen of ateliers. Deze laatste kunnen een bron vormen van blootstelling aan vluchtige organische verbindingen. 

 

Fase 1:

 

Bijna 33% van de deelnemers verklaart problemen te hebben met vocht zoals lekken, waterinsijpeling of overstromingen, en 25% van de kinderopvangvoorzieningen bevestigt dat ze schimmelproblemen hebben. 19 crèches, of 4 %, meent schimmelproblemen te hebben zowel in kamers waar de kinderen niet komen als in kamers waar ze wel mogen komen. Wat de verluchting betreft, is de badkamer (een plaats waar veel vocht geproduceerd wordt) het lokaal met de minste vensters die naar buiten uitgeven (om het vocht af te voeren). In de meeste kinderopvangvoorzie-ningen zijn de verluchtingsperiodes niet doeltreffend, vooral in de winter.

 

De analyse van de vragenlijsten laat vermoeden dat 52% van de kinderopvangvoorzieningen pesticiden gebruikt (hoofdzakelijk insecticiden), zowel uitzonderlijk als regelmatig, en in 72% worden luchtverfrissers in sprayvorm of een toestel in het stopcontact gebruikt. Ze vormen een potentiële bron van vervuiling door vluchtige organische stoffen (VOS).

 

Wat het onderhoud van de verwarmingstoestellen op brandstof betreft (vast, vloeibaar of gas) zou zich voor 7 % van de deelnemers een reëel probleem van koolstof-monoxidevergiftiging kunnen voordoen.

 

Enkele vragen werden minder goed begrepen door degenen die de vragenlijst invulden: de identificatie van loden leidingen, de juiste temperatuur van het water in de warmwaterboiler of de eventuele aanwezigheid van asbest.

 

Fase 2:

 

De analyses die werden uitgevoerd in de 25 kinderopvang-voorzieningen die geselecteerd werden voor de tweede fase, vonden hoge concentraties VOS in de meeste van de deelnemende crèches. 


Voor de legionellabacterie werd een crèche positief beoordeeld voor de serogroep 1 (verhoogde contaminatie) en een andere crèche voor de serogroepen 2-14. De resultaten hebben ook hoge concentraties benzeen en tolueen in de lucht aangetoond, en de aanwezigheid van lood in het water en in verf. Van de 25 bezochte kinderopvang-voorzieningen hadden 14 (of 56 %) last van schimmel-vorming. 



Om de impact van dit project op lange termijn te vergroten, hebben alle deelnemende kinderopvangvoorzieningen zowel algemene aanbevelingen gekregen als raadgevingen op maat van hun situatie. De statistische en analytische resultaten werden voorgesteld op informatiedagen die 
georganiseerd werden in de gewesten. Tijdens die dagen werden 'gereedschapskisten' (toolboxen) voorgesteld om de actie een duurzaam karakter te geven.  
Deze bevatten: 

  • Meettoestellen voor de temperatuur, de relatieve vochtigheid en de CO2-concentratie;
  • Een controlelijst van te nemen acties (”to do’s”); 
  • Een protocol voor het organiseren van bewustmakings- en opleidingssessies;
  • Thematische fiches met extra informatie en enkele praktische raadgevingen;
  • Een verbeterde versie van de vragenlijst en de verklarende gids die ontwikkeld werden gedurende het project, aangepast op basis van de resultaten van de statistische analyse.